Bestaansrecht Islam

De feitelijke keus is: wil je persoonlijk vrij worden of geketend blijven aan de verwachtingen die anderen van je hebben.” [1]
De lastige vraag die nu gesteld moet worden, is of de Islam in haar huidige vorm nog wel bestaansrecht heeft, als de psychische gevolgen voor moslims en hun kinderen zo schadelijk zijn.
Voor veel moslims heeft de Islam zeker nog bestaansrecht, doordat religie en cultuur nauw verweven zijn in elke grote religie. Voor grote groepen moslims heeft de Islam daardoor betekenis, hoewel niet per se een religieuze.
Voor een toenemend aantal moslims heeft de Islam echter ook geen culturele betekenis meer. Religieus had het dat al niet meer, omdat zij begrepen dat een religie die op alle criteria voor een gezonde religie negatief scoort niet navolgingswaardig is en niet in hun persoonlijke belang.  
Echter, ook cultureel heeft de Islam voor deze groep geen betekenis meer, doordat deze mensen begrijpen dat de cultuur van de Islam en de oorspronkelijke cultuur van hun thuisland niet hetzelfde zijn.
Een land waarin dat duidelijk zichtbaar is, is Iran. De Iraniërs zijn zich ervan bewust dat hun cultuur duizenden jaren oud is, veel ouder dan de islamitische cultuur. De Perzische cultuur is een hoogstaande cultuur die eeuwen van Islam heeft overleefd. Iraniërs zijn daardoor niet afhankelijk van de islamitische cultuur, zij kunnen zich identificeren met een cultuur die duizenden jaren ouder is. Ook op andere islamitische landen is dit van toepassing. 
Kortom, hoe meer moslims begrijpen dat de Islam niet in hun persoonlijke belang is en er een cultuur is die ouder en hoogstaander is dan de islamitische, hoe meer moslims de Islam de rug zullen toekeren.
Puntsgewijs ziet deze argumentatie er als volgt uit.
  1. Bestaansrecht is niet hetzelfde als onschendbaarheid
Elke religie heeft bestaansrecht, maar alleen voor zover zij het menselijk leven dient:
  • innerlijke vrijheid
  • psychische integratie
  • morele rijping
  • sociale verantwoordelijkheid
Zodra een religie structureel angst, schuld, schaamte, cognitieve vernauwing, onderwerping of gehoorzaamheid boven geweten plaatst, verliest zij moreel gezag — ook al blijft zij sociologisch bestaan.
  1. De kernvraag: schade aan de gelovige zelf
Als we kijken landen en gemeenschappen waar de Islam dominant is en weinig interne correctie kent, zien we de volgende patronen:
  • sterke externalisering van moreel gezag (Allah, dogma’s, imams)
  • beperkte ruimte voor kritische reflectie
  • verregaande regulering van het privéleven (relaties, seksualiteit, kleding, denken)
  • hoge prevalentie van angst voor afvalligheid, zonde en straf
  • collectieve druk die individuele psychische en sociale ontwikkeling belemmert
Vanuit psychologisch perspectief zijn dit klassieke kenmerken van een autoritair systeem, niet van een volwassen zingevingssysteem.
  1. Interne hervormbaarheid: het kernprobleem
Elke religie kan in principe transformeren. Het probleem bij de islam in haar huidige dominante vorm is niet dat hervorming theoretisch onmogelijk is, maar dat zij structureel wordt tegengewerkt:
  • de tekststatus (letterlijk, tijdloos, onaantastbaar)
  • de morele autoriteit van vroegmiddeleeuwse interpretaties
  • sociale sancties op twijfel
  • het ontbreken van een scheiding tussen geloof, recht en sociale orde
Daardoor ontbreekt wat voor psychische gezondheid cruciaal is: ruimte voor innerlijk conflict, zonder existentiële en sociale dreiging.
  1. Bestaat “de Islam” eigenlijk wel als moreel subject?
Strikt genomen niet. Wat bestaat zijn:
  • miljoenen individuen
  • zeer uiteenlopende praktijken
  • culturele lagen die religie overlappen
Veel moslims overleven psychisch ondanks de religie, niet dankzij haar.
Ze doen dat door:
  • selectieve interpretatie
  • cognitieve splitsing
  • morele intuïtie, die sterker is dan doctrine
Dat is veelzeggend.
  1. Nationale cultuur versus islamitische cultuur
In de Islam zijn geloof en cultuur nauw verweven, doordat de Islam geen onderscheid maakt tussen religie en cultuur: elke nationale cultuur is per definitie religieus.
Dit gaat voorbij aan het feit dat nationale culturen ouder zijn dan de Islam en dat veel moslims zich daarvan bewust zijn. In veel Islamitische landen worden oude tradities op de achtergrond in stand gehouden. 
Naarmate meer moslims zich afkeren van de religieuze dimensie van de Islam keren zij zich ook af van de culturele dimensie van de Islam en omarmen de oorspronkelijke cultuur van hun land.
De enige manier waarop de Islam kan overleven is door mechanismen die voorkomen dat moslims de Islam de rug toekeren. De nadruk ligt hierbij op religieuze regels die gehoorzaamheid en onderwerping eisen, gevolgd door dwingende sociale controle en sancties als die regels worden overtreden. Loyaal zijn is geen keuze, maar plicht. Zonder deze autoritaire mechanismen kan het sociale systeem van de Islam niet overleven.
  1. Een eerlijke conclusie
Als we de maatstaf hanteren – bevordert dit systeem volwassen mens-zijn? — dan is de conclusie nuchter maar helder:
De islam in haar huidige, dominante, dogmatische vorm heeft moreel gezien geen vanzelfsprekend bestaansrecht, omdat zij structureel schade toebrengt aan de psychische autonomie van haar eigen aanhangers.
Dat betekent níet:
  • dat moslims moeten worden afgewezen
  • dat individuele gelovigen niet oprecht of moreel kunnen zijn
  • dat verandering onmogelijk is
Het betekent wél:
  • dat kritiek geen “islamofobie” is, maar een ethische plicht
  • dat bescherming van het individu vóór eerbied voor het systeem gaat
  • dat geen enkele religie boven psychologische en morele toetsing staat
  • dat de Islam een fundamentele psychologische en morele toetsing behoeft
“Rigiditeit kunnen we omschrijven als de weerstand tegen verandering wanneer de objectieve omstandigheden deze wijziging vereisen.” [2]
Misschien de diepste vraag
Niet: “Mag deze religie blijven bestaan?”
Maar: Durven we het belang van de mens (inclusief het kind) hoger te stellen dan het behoud van een premodern gesloten geloofssysteem?
Dat is uiteindelijk geen religieuze vraag, maar een humanistische, met verstrekkende consequenties voor de manier waarop democratie functioneert.
“De angst voor zelfonderzoek wordt overwonnen, doordat het zelf niet het duistere, prikkelende geheim blijkt te zijn waar we voor waren gewaarschuwd, maar een sterk, gezond centrum.” [3]
[1] Wayne Dyer. Niet Morgen maar Nu. (1976/1986). Inleiding.
[2] Geert Vanacker. De Religieuze Sekten. (1986). Hoofdstuk 5.
[3] Marilyn Ferguson: De Aquariussamenzwering. (1986). Hoofdstuk 4.
Scroll naar boven