Islamitische kinderen

“Daarom betekenen sekten juist geen verrijking van de samenleving. Natuurlijk schuilen achter dit gevoelen van ‘uitverkoren zijn’ niet te miskennen psychologische risico’s. Wij denken hier voornamelijk aan kinderen die in sektarische milieus worden grootgebracht. Die worden van meet af aan geleerd dat ze anders, uniek en superieur zijn. Daardoor wordt het vermogen zichzelf in anderen te herkennen – een belangrijke stap in de ontwikkeling van het kind – zwaar belast.” [1]
In Nederland komen er steeds meer islamitische basisscholen en zelfs middelbare scholen. Dit roept de vraag op wat het effect is van een ideologische opvoeding op kinderen en hun toekomst in de samenleving.
Eerst een essentieel onderscheid (vaak vergeten)
Niet alle islamitische scholen zijn gelijk, er is een spectrum. De effecten op kinderen verschillen sterk afhankelijk van waar een school zich op dit spectrum bevindt. Hieronder beschrijf ik structurele risico’s die toenemen, naarmate een school orthodoxer en meer gesloten is.
Effecten op de kinderen zelf (ontwikkelingspsychologisch)
Identiteitsontwikkeling: versmalling versus differentiatie
Risico:
Wanneer religieuze identiteit dominant en normerend is, leren kinderen:
  • “wie ik ben” = “wat mijn groep is”
  • afwijking = gevaar of schaamte
Gevolg:
  • zwakkere individuele identiteitsvorming
  • angst voor de buitenwereld
  • moeite met zelfdefinitie buiten de groep
  • hogere loyaliteitsdruk
In open scholen kan dit worden gecompenseerd; in gesloten scholen zelden.
Cognitieve ontwikkeling: kritisch denken onder druk
Risico:
Als religieuze waarheden als onaantastbaar worden onderwezen:
  • leren kinderen niet om hun hersens te gebruiken, met ernstige consequenties voor alle levensterreinen
Gevolg:
  • lagere tolerantie voor ambiguïteit
  • zwart-witdenken
  • kritisch denkvermogen onderontwikkeld
  • scheefgroei tussen intellectuele en emotionele ontwikkeling
  • intellectuele, emotionele en emotionele infantiliteit
Dit is geen kwestie van intelligentie, maar van een beperkte denkstijl.
Emotionele ontwikkeling: angst en schaamte
Risico:
Wanneer moreel gedrag sterk religieus wordt geladen:
  • schuld en schaamte raken vroeg geïnternaliseerd
  • fouten krijgen existentiële lading
Gevolg:
  • verhoogde angstgevoeligheid
  • perfectionisme, vermijding of verzet
  • moeite met autonomie in adolescentie
Sociale ontwikkeling: binnen sterk, buiten zwak
Risico:
Veel interactie met “eigen kring”, weinig met anderen.
Gevolg:
  • goede sociale vaardigheden binnen de groep
  • onzekerheid of wantrouwen buiten de groep
  • latere cultuurshock in gemengde contexten (werk)
  • onbegrip voor afwijzing door de samenleving
  • afwijzing door de omgeving bevestigt en versterkt de eigen identiteit
  • integratie verloopt stroef of blokkeert
Effecten op hun toekomst in de westerse samenleving
Onderwijs en arbeid: aanpassing kost extra energie
Kinderen uit gesloten scholen kunnen cognitief prima meekomen maar moeten later extra ontwikkelstappen zetten, zoals zelfstandig moreel redeneren, omgaan met diversiteit of autoriteit bevragen. Dat kost tijd, psychische energie en leidt tot uitval of crisis.
Niet omdat ze in potentie minder kunnen, maar omdat ze het niet geleerd hebben en een grondhouding cultiveren die dat belemmert.
“Het gezin is onze oorsprong en voor velen van ons onze bestemming. We worden geboren in het gezin, omsloten door het gezin, gevoed door het gezin en gekoesterd door het gezin. Maar we worden tevens verwaarloosd door het gezin, verraden door het gezin en zijn getuige van geweld binnen het gezin. Tenslotte sterven we in de kring van het gezin.” [2]
Burgerschap: spanning tussen loyaliteit en autonomie
In de westerse samenleving wordt verwacht: individuele verantwoor-delijkheid, gelijkwaardigheid en vrijheid van geweten.
Wanneer kinderen hebben geleerd dat loyaliteit primair is, gezag heilig en twijfel verdacht, ontstaat later vaak innerlijk conflict/ gevoel “ik ben anders”, probleemgedrag/ schaamte, boosheid, terugtrekking in de eigen kring.
Beide bemoeilijken volwaardig burgerschap, terwijl geen verantwoor-delijkheid wordt genomen voor de oorzaken, want die worden buiten zichzelf gezocht en geprojecteerd op de buitenwereld.
Emancipatieverschillen binnen de groep
Vooral zichtbaar bij meisjes, LHBTQ+-jongeren en kritische denkers.
Zij ervaren meer druk, minder steun en hogere uitstapkosten.
Dat vergroot ongelijkheid binnen dezelfde etnische of religieuze groep.
Effecten op de samenleving als geheel
Parallelle socialisatie
Meer gesloten religieuze scholen betekenen minder dagelijkse ontmoeting tussen kinderen met diverse achtergronden, minder gedeelde culturele referenties, en minder “wij”-gevoel op lange termijn. Dat vergroot sociale afstand, culturele afstand, misverstanden, politisering van identiteit en slachtoffer-denken.
Versterking van orthodoxe invloed
Scholen zijn sleutelplekken voor normoverdracht en machtsinstrumenten voor ideologische stromingen. Zonder strenge toetsing krijgen orthodoxe interpretaties structureel invloed en worden gematigde stemmen gemarginaliseerd.
Wat maakt het verschil? (cruciaal)
Islamitisch onderwijs hoeft niet problematisch te zijn als kritisch denken actief wordt onderwezen, twijfel expliciet wordt gestimuleerd, gelijkwaardigheid onvoorwaardelijk is, burgerschap niet ondergeschikt is aan religie en externe inspectie serieus en effectief is. Waar dit ontbreekt, ontstaan de hierboven beschreven risico’s.
“De afwijzende houding tegenover de wereld en de soms verregaande sociale controle, kunnen leiden tot wereldvreemd gedrag van de sektariër. Veel jongeren lijken, door het aanvaarden van het kant-en-klaar-product van de sekten, een noodzakelijke stap in het subtiele en vooral creatieve proces van ontwikkeling naar een eigen identiteit te missen.” [3]
Tot slot
Het probleem is niet islamitisch onderwijs op zich, maar gesloten religieuze socialisatie tijdens cruciale ontwikkelingsjaren.
Voor kinderen betekent dat minder ruimte om zichzelf te worden.
Voor de samenleving meer moeite om gedeelde waarden levend te houden.
Of nog scherper:
Onderwijs dat identiteit vastzet vóórdat zij zich kan ontwikkelen, betaalt zich later uit in spanning — bij het individu én bij de samenleving.
Dit maakt de vraag naar islamitische scholen geen religieuze kwestie,
maar een pedagogische en maatschappelijke verantwoordelijkheid.
[1] Geert Vanacker. De Religieuze Sekten. Hoofdstuk 1.
[2] Connie Zweig, Steve Wolf. Omgaan met je Schaduw. (1997). Hoofdstuk 2.
[3] Geert Vanacker. De Religieuze Sekten. (1986). Hoofdstuk 5.
Scroll naar boven