Is de Islam een gezonde religie?
“We moeten proberen de levende waarheid die zich achter de dingen verschuilt te vinden; dat is de oudste opdracht van de mensheid.” [1]
De positieve kenmerken van de Islam hebben vooral betrekking op de sociale dimensie: sterke familiebanden, deel uitmaken van de ummah en armen helpen. De persoonlijke dimensie beperkt zich tot orde, regelmaat, matigheid en bescheidenheid.
Gemeenschapszin betrachten is mooi, maar geloof is in eerste instantie een zaak van het hart, niet van de groep. Dit roept de vraag op of de Islam een gezonde religie is. De 10 criteria zoals eerder beschreven, pakken als volgt uit:
In een gezonde religie is geloof vrijwillig
Islam: Spanning met de criteria
In de klassieke Islamitische leer is afvalligheid (apostasie) strafbaar (traditioneel zelfs met de doodstraf).
“Wie zijn religie verandert… doodt hem.” [2]
Dit ondermijnt vrijwilligheid op fundamenteel niveau.
Moderne, liberale moslims verwerpen deze interpretatie in de praktijk, maar zij staan dan ook niet in de klassieke orthodoxe traditie.
Conclusie: structurele spanning.
In een gezonde religie is ruimte voor twijfel en kritiek
Islam: Beperkt
Twijfel wordt vaak gezien als zwakte of als fluistering van Satan.
Kritiek op de Koran of Mohammed wordt doorgaans niet getolereerd.
Gevolg:
Existentiële twijfel aan de Islam in eigen kring is moeilijk of niet openlijk bespreekbaar.
Conclusie: onvoldoende ruimte.
In een gezonde religie is angst niet het kernmechanisme
Islam: Probleemgebied
Angst voor de hel (Jahannam), goddelijke straf en oordeel, naast angst voor sociale uitsluiting, spelen een centrale rol.
Preken en onderwijs maken hier frequent gebruik van.
Conclusie: gedrag sturen door angst aanjagen is een belangrijk element
Een gezonde religie heeft respect voor individuele autonomie
Islam: Sterk beperkt
De Islam reguleert gedrag tot in detail (kleding, seksualiteit, voeding, gebedstijden, genderrollen).
Individuele autonomie is ondergeschikt aan de groep en gehoorzaamheid aan Allah.
Deze norm gaat terug tot de Arabische stammencultuur ten tijde van het ontstaan van de Islam. De stammen waren sterk onafhankelijk en alleen loyaal aan zichzelf. Stammenoorlogen waren aan de orde van de dag.
Het lukte de grondleggers van de Islam om die stammen met geweld te verenigen; wie niet meewerkte werd gedood. De Islam werd een doctrine waarin de Arabieren zichzelf moesten beschouwen als één grote stam, verenigd tegenover een gezamenlijke vijand. De belangrijkst vijanden waren joden en christenen.
De Levant, dat is de term die wordt gebruikt voor de landen aan de oostzijde van de Middellandse Zee, was in de zevende eeuw geheel christelijk. Ook Noord Afrika was christelijk. Dit was Mohamed een doorn in het oog en die gebieden moesten onmiddellijk onder de invloedssfeer van de Islam worden gebracht. Dat lukte de nieuwe religie binnen een eeuw. De formule van één grote stam tegenover een gemeenschappelijke vijand had gewerkt.
Een gezamenlijke vijand is een ideaal bindmiddel en het principe van de ummah is mede daarop gebaseerd. Het is wij tegen zij en afvalligheid wordt net als in de stammentijd nog steeds gezien als verraad, omdat het de macht van de Islam verkleind.
Deze formule is de belangrijkste verklaring voor het succes van de Islam, want qua persoonlijk geloof en ontwikkeling levert het de individuele gelovige weinig op.
Elke moslim weet dat de Islam in de kern niet over persoonlijk geloof gaat, maar over loyaliteit aan de groep. Geloof is secundair.
Zonder verplicht groepslidmaatschap zou de Islam nooit zo groot zijn geworden, want als deelname vrijwillig zou zijn, terwijl het gaat om een premoderne groepscultuur die de vrijheid van het individu ernstig beperkt, dan wil bijna niemand daar bij horen.
Daardoor moest er een mechanisme worden bedacht dat mensen dwong om zich aan te sluiten. De sleutel was de Arabische stammencultuur. Daardoor is de islamitische cultuur die van een Arabische stam in het groot. Met persoonlijk geloof heeft dat weinig of niets te maken.
Conclusie: individuele autonomie wordt sterk beknot en is laag of niet aanwezig.
In een gezonde religie staat menselijke waardigheid voorop
Islam: Ambivalent
Positief: liefdadigheid, zorg voor armen.
Problematisch: liefdadigheid is beperkt tot de eigen gemeenschap
De Islam zelf bevordert intellectuele en materiële armoede: het lijkt erop alsof de ontwerpers van de Islam voorzagen dat deze religie zou leiden tot armoede en men daarom zorg voor de armen tot een van de vijf zuilen maakte
Problematisch: structurele ongelijkheid tussen
moslim ↔ niet-moslim
man ↔ vrouw
hetero ↔ homo
Conclusie: waardigheid is voorwaardelijk en afhankelijk van gehoorzaamheid.
Ongehoorzaamheid is onwaardig.
In een gezonde religie mag de gelovige symbolisch en niet-letterlijk denken
Islam: Grotendeels afwezig
In conservatieve kringen wordt de Koran letterlijk genomen. Orthodox betekent niet voor niets “recht in de leer”. Het relativeren van teksten uit de Koran en de Hadith is in die denkwijze niet toegestaan.
De Koran wordt gezien als letterlijk en ongeschapen woord van God.
Symbolische of historisch-kritische interpretatie van de Koran is verdacht of taboe.
Conclusie: fundamentele spanning.
In een gezonde religie staat morele groei boven gehoorzaamheid
Islam: Gehoorzaamheid centraal
De kern van de Islam is onderwerping.
Morele ontwikkeling is gekoppeld aan naleving van regels, niet aan innerlijke ethische autonomie.
Gevolg: morele infantiliteit
Conclusie: gehoorzaamheid domineert.
Een gezonde religie heeft geen monopolie op waarheid
Islam: Expliciet monopolie
De Islam ziet zichzelf als de laatste en definitieve openbaring.
Andere religies zijn gedoogd (of niet), maar niet gelijkwaardig.
Conclusie: de Islam ziet zichzelf als de enige ware religie.
Een gezonde religie heeft psychologisch gezond leiderschap
Islam: Structurele kwetsbaarheid
Geen centraal gezag, maar wel:
grote macht voor imams en geestelijken
weinig interne correctiemechanismen
Kritiek op religieuze autoriteit kan gevaarlijk zijn.
Conclusie: verhoogd risico op machtsmisbruik, versterkt door de plicht tot onderwerping en gehoorzaamheid
Bevordert volwassenheid, geen regressie
Islam: Gemengd, maar problematisch
Positief: discipline (mits in gezonde vorm), gemeenschap.
Negatief: intellectuele armoede, kadaverdiscipline, afhankelijkheid, angst, extreem conformisme, sterke sociale controle, externe morele autoriteit, slachtoffer-denken, wij-zij denken, vijanddenken, etc.
Conclusie: vaak eerder psychologische regressie, kinderlijke afhankelijkheid en morele infantiliteit dan volwassen autonomie.
Tot slot
Conclusie: de Islam, in haar klassieke en dominante vorm, voldoet op alle kernpunten niet aan de criteria van een psychologisch gezonde religie.
Dat betekent niet dat hervorming onmogelijk is, maar wel dat hervorming tegen de kern van de traditionele leer ingaat en dat hervorming structureel moeilijk is.
“De volle ontplooiing van de rede is afhankelijk van het bereiken van een volledige vrijheid en onafhankelijkheid. Zolang deze niet zijn verwerkelijkt, zal de mens de neiging hebben als waarheid te accepteren wat de meerderheid van zijn groep als zodanig wenst; zijn oordeel wordt bepaald door de behoefte aan contact met de kudde en de vrees geïsoleerd te worden.” [3]
[1] Carl Jung. In: W. McGuire, R.E.C. Hull. Carl Gustav Jung Speaking: Interviews and Encounters (1977/1985). Hoofdstuk 50.
[2] Hadith. Sahih al-Bukhari.
[3] Erich Fromm. Psychoanalyse en Religie. (1950/1976). Hoofdstuk 3.
