Carl Gustav Jung:
“Maar hoe kan ik kennis van het hart verkrijgen?
Je kunt deze kennis alleen verkrijgen door jouw leven ten volle te leven.
Je leeft jouw leven ten volle als je óók leeft wat je tot nu toe nog nooit hebt geleefd, maar wat je hebt overgelaten aan anderen te leven of waar je alleen over dacht.
Je zult zeggen: ‘Maar ik kan niet alles beleven of bedenken wat anderen beleven of bedenken’.
Maar je zou moeten zeggen: ‘Het leven dat ik nog kan leven zou ik moeten leven en het denken, dat ik nog zou kunnen denken, zou ik moeten denken.’
Het schijnt dat je jezelf wilt ontvluchten om maar niet te hoeven leven wat tot nu toe niet geleefd was.
Maar je kunt jezelf niet ontvluchten.
Dat ‘jezelf’ is de hele tijd bij je en verlangt naar vervulling.
Als je voorwendt blind en stom te zijn voor deze eis, veins je blind en doof te zijn voor jezelf.
Op deze wijze zul je nooit de kennis van het hart verkrijgen.”
(Carl Gustav Jung. Het Rode Boek / Liber Novus, Uitgeverij Van Warven, Kampen. 2009/2020. pag. 127/128).