Criteria gezonde religie

“Uit de volheid van het leven moet je je godsdienst baren, slechts dan zul je zalig zijn.” [1]
In een gezonde religie zijn de criteria voor psychische gezondheid te herkennen. Zo’n religie voldoet aan de volgende kenmerken:
  1. Vrijwilligheid van geloof
    Aanhangers mogen vrij toetreden, twijfelen en uittreden zonder sociale uitsluiting, schuldinductie of dreiging. Geloof is een keuze, geen dwang.
Vrijwilligheid van het geloof vereist autonomie.
  1. Ruimte voor twijfel en kritiek
    Twijfel wordt niet gezien als zonde of zwakte, maar als een legitiem en zelfs noodzakelijk onderdeel van spirituele groei en volwassenheid.
Twijfel en kritiek vragen om autonomie en realiteitszin.
  1. Geen angst als kernmechanisme
    Angst voor sociale uitsluiting of goddelijke wraak mag geen instrument zijn om gedrag te sturen. Liefde, betekenis en verantwoordelijkheid staan centraal.
Iemand die op een volwassen manier zijn emoties reguleert, laat zich niet manipuleren door religieuze doemscenario’s.
  1. Respect voor individuele autonomie
    De religie erkent het geweten en de eigen verantwoordelijkheid van het individu: autonomie.
Niemand bemoeit zich met jouw privéleven: geen micromanagement van denken, voelen en leven
  1. Menselijke waardigheid staat voorop
    Elk mens heeft intrinsieke waarde, ongeacht geslacht, seksuele oriëntatie, afkomst of overtuiging. Er is geen structurele hiërarchie van “meer” of “minder” waardige mensen.
Een menswaardige religie moet – vanzelfsprekend – voldoen aan alle voorwaarden die ook gelden voor psychische gezondheid.
Neem je één criterium voor psychische gezondheid weg dan tast dit de menswaardigheid van een religie meteen aan. Neem je er meerdere weg dan verandert een religie van menswaardig in mensonwaardig.
  1. Symbolisch en niet-letterlijk denken is toegestaan
    Dit criterium hangt nauw samen met realiteitszin.
Kritiek op heilige boeken is toegestaan. Heilige teksten mogen metaforisch, historisch en contextueel geïnterpreteerd worden. Letterlijk fundamentalisme is een keuze, geen vereiste.
  1. Morele groei boven gehoorzaamheid
    Ethiek draait om innerlijke ontwikkeling (compassie, rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid), niet om blinde gehoorzaamheid aan regels of autoriteiten.
Gehoorzaamheid breekt autonomie af. Autonomie is een voorwaarde om een geestelijk gezond individu te zijn of te worden.
Morele groei hangt samen met elk van de 10 kenmerken van psychische gezondheid.  Neem er één weg en de morele groei stagneert.
  1. Geen monopolie op waarheid
    De religie erkent dat zij niet de enige weg naar waarheid, zingeving of het goede leven is, en kan naast andere levensbeschouwingen bestaan zonder vijanddenken.
Een religie die claimt de ultieme waarheid te bezitten is schadelijk voor de psychische gezondheid van gelovigen. Meerdere voorwaarden voor psychische gezondheid worden erdoor aangetast.   
  1. Psychologisch gezond leiderschap
    Leiders zijn toetsbaar, feilbaar en niet verheven boven kritiek. Er is geen verering van personen en geen concentratie van absolute macht.
Een goede leider bevordert de geestelijke gezondheid van de gelovigen in het hele spectrum van geestelijke gezondheid.
  1. Bevordert volwassenheid, geen regressie
    De religie helpt mensen zelfstandiger, verantwoordelijker en menselijker te worden — niet afhankelijker, kinderlijker of angstiger.
Freud vond elke vorm van georganiseerde religie neurotisch, juist omdat het volgens hem leidt tot regressie, niet tot de ontwikkeling.
Carl Jung vond juist dat religie de gelovige kan helpen om de mens te worden die hij in potentie is, mits religie niet dogmatisch wordt.
In een ongezonde religie wordt veel geleden, maar niet gegroeid.
“De meeste mensen stellen zich vóór alles de vraag hoe zij erin zullen slagen bemind te worden, in plaats dat zij zich afvragen hoe zij het vermogen tot liefhebben zullen verwerven.” [2]
Tot slot
De rode draad in een gezonde religie is dat de gelovige wordt opgevoed tot volwassenheid en medemenselijkheid.
Mens onder de mensen.
Dit brengt ons op de criteria voor een ongezonde religie. 
 
[1] Carl G. Jung. Psychologie en Religie (1940/1982). Hoofdstuk 2.
[2] Erich Fromm. Liefhebben een Kunst een Kunde (1956/1986). Hoofdstuk 1.
Scroll naar boven