Ongezonde kenmerken Islam
“Wij hebben aangetoond dat het overwegen van een fantasie-leven en van op een onvervulde wens berustende illusie, kenmerkend is voor de psychologie van de neurose.” [1]
De 10 criteria voor een ongezonde religie dekken niet alle kenmerken van de Islam; ze zijn de indicatoren waarachter een wereld schuilgaat.
Dit is geen oordeel over individuele moslims; individuen kunnen deze kenmerken deels, selectief of helemaal niet belichamen.
Onvrijheid van geloof (geen recht op geloofsafval)
In de klassieke islamitische leer is afvalligheid strafbaar (variërend van sociale uitsluiting tot doodstraf in traditionele interpretaties).
“Wanneer God en Zijn boodschapper iets hebben beslist, past het een gelovige niet daar een keuze in te hebben.” [2]
Dit maakt geloof onvrij en gebaseerd op dwang.
Vermenging van religie en staatsmacht
De islam kent geen principiële scheiding tussen religie en politiek.
Sharia regelt niet alleen moraal, maar ook strafrecht, familierecht en bestuur
Kritiek op religie wordt snel gezien als politieke ondermijning
Dit bevordert theocratische controle en onvrijheid van het individu.
“God heeft beloofd dat Hij hen macht op aarde zal geven en hun religie zal vestigen.” [3]
Wereldse macht maakt onverminderd deel uit van het streven naar islamitische werelddominantie. Dit blijkt niet alleen uit de Koran zelf, maar ook hoe sommige academische moslims de Koran interpreteren en doceren.
In het boek “De levende Koran”, waarin de Koran per vers wordt toegelicht, schrijven de Turkse auteurs, prof. dr. Özcan Hidir en dr. Fatih Okumuş, verbonden aan de islamitische universiteit Rotterdam, over bovenstaand vers uit de Koran het volgende:
“Dit vers (Soera 24:55) brengt het goede nieuws dat zij (de gelovigen) de afgodenaanbidders zullen overwinnen en via opvolging het gezag over hen zullen verkrijgen.” [4]
“Via opvolging” is een eufemisme dat waarschijnlijk zoiets betekent als “via kolonisatie en islamisering”. Er wordt in elk geval niet gedoeld op vrijwillige bekering en islamisering, want anders spreek je niet over afgodenaanbidders die overwonnen moeten worden en onder het gezag van gelovigen gebracht.
Deze heren van de islamitische universiteit Rotterdam vinden dus dat afgodenaanbidders – alle niet-moslims – overwonnen moeten worden en onder het gezag van gelovigen gebracht.
Beschermd door het Nederlandse recht op godsdienstvrijheid hoopt dit gezelschap dat moslims anderen dat recht ooit te kunnen ontzeggen.
Dat deze heren dit zo openlijk en onbeschaamd schrijven is opmerkelijk, maar ook weer niet helemaal, want zij representeren exact waar de Islam als sinds haar oprichting voor staat: het vergroten van wereldse macht via het overwinnen van vijanden.
Özcan Hidir is in Nederland gepromoveerd maar geen professor aan een Nederlandse universiteit. Fatih Okumuş is niet gepromoveerd aan een Nederlandse universiteit maar gebruikt wel de doctorstitel.
Dit zijn mensen die de jeugd doordrenken met het beeld dat Nederlanders afgodenaanbidders zijn die overwonnen moeten worden, teneinde het gezag over hen te verkrijgen.
Ik zag laatst een interview met filosoof Bertrand Russell. Hij vertelde dat het communisme heeft gefaald omdat het niet iets goeds nastreefde – armen rijker maken, maar iets kwaads: rijken bestrijden en armer maken. Een ideologie die het kwade nastreeft, heeft in zijn ogen een ingebouwd mechanisme dat leidt tot haar implosie. Daardoor is het communisme geïmplodeerd, aldus Russell.
Hetzelfde kan worden gezegd van de Islam. De Islam streeft niet het goede na – gelovigen de mensen te laten worden die zij in potentie zijn – maar iets kwaads: ongelovigen overwinnen en het gezag over hen verkrijgen.
Mensen die behoefte hebben aan een geloof, hebben geen behoefte om iets of iemand te bestrijden, zij hebben behoefte aan iets dat hen helpt om de mens te worden die zij in potentie zijn. De Islam voorziet daar niet in.
Absolute heiligheid van de Koran
“Hij is Degene Die Zijn boodschapper heeft gezonden met de leidraad en de ware religie, opdat Hij ervoor zorgt dat zij zich verheft boven alle religies, ook al wijzen afgodenaanbidders dit ten sterkste af.” [5]
De Koran wordt gezien als letterlijk, onfeilbaar en tijdloos, althans door conservatieve moslims. Mohamed was volgens de overlevering analfabeet, dus hij heeft de Koran niet zelf geschreven. Het gebrek aan structuur en de vele herhalingen in de Koran wijzen ook op orale overdracht.
Veel islamdeskundigen gaan er daarom vanuit dat de Koran niet tijdens zijn leven is geschreven maar enkele decennia later.
Om dat te doen, nam men het oude testament uit de Bijbel als voorbeeld en inspiratiebron voor de Koran, die in 23 jaar werd geschreven. De Bijbel is echter niet één boek geschreven door één persoon, maar een verzameling boeken met historische gebeurtenissen, verhalen, gedichten en wijze levenslessen, door meer dan veertig schrijvers opgesteld over een periode van meer dan duizend jaar.
Die veertig schrijvers waren niet te imiteren en daarom verklaarde men de Koran als laatste en ware openbaring. De Bijbel werd bestempeld als een vervalsing en degenen die daarvoor verantwoordelijk waren, de joden en de christenen, moesten en moeten nog steeds worden bestreden.
Dit was het glorierijke begin van de Islam als zelfverklaarde godsdienst en aartsvijand van joden en christenen. Alle joodse en christelijke gebieden in de Levant werden vervolgens veroverd en in recordtempo geïslamiseerd.
Dat het verklaren van de Bijbel als een vervalsing in analfabete tijden door de massa werd geaccepteerd, is niet verwonderlijk. Een vervalsing volgt echter volgordelijk op iets dat eerder was, anders kan het geen vervalsing zijn. Volgens de wetten van de logica is de Koran daarom een vervalsing van de Bijbel.
Tegenwoordig kan iedereen begrijpen dat het verklaren van de Bijbel als een vervalsing onzinnig is. Dit staat los van de vraag of de Bijbel waar is. Waar het om gaat, is dat een boek dat er eerder was geen vervalsing kan zijn van iets dat vele eeuwen later kwam.
De Bijbel claimt overigens nergens “de waarheid” te zijn. Volgens de Bijbel is de geloven een proces van waarheidsvinding en dat proces verloopt voor elke gelovige anders. Dit is precies waar de auteurs van de Koran moeite mee hadden, want zonder absolute waarheid kon en kan de massa niet onder controle worden gebracht en gehouden.
De absolute waarheidsclaim van de Koran maakt een fundamentele herinterpretatie vrijwel onmogelijk, wat intellectuele, morele en maatschappelijke stagnatie veroorzaakt.
Moslims die hun eigen weg willen gaan, hoeven zich slechts te bedenken dat het niet goddelijke inspiratie was die de Koran deed ontstaan, maar plagiaat. Een moslim die waarde hecht aan het zuiver omgaan met bronnen – iets waar vooral conservatieve gelovigen waarde aan hechten – rest daarom niets anders dan het bestuderen van de Bijbel, inclusief het nieuwe testament. Dat is namelijk de oerbron van waaruit christendom en Islam zijn ontstaan. Zonder het bestuderen van die bron mis je als gelovige het totaalplaatje.
Moslims die de Bijbel lezen, komen tot de ontdekking dat dit boek veel rijker is dan de Koran. Zij zullen in het oude testament de bekende namen ontdekken die zijn overgenomen in de Koran, zoals Abraham en Mozes. Zij zullen ook ontdekken dat de Bijbel niet continue in herhaling valt, zoals de Koran, want het is een echt boek dat je kunt lezen zonder dat het saai wordt.
Moslims zullen ook ontdekken dat het nieuwe testament een wereld bevat die zij niet kennen: het draait om de persoon, niet om de groep. Het nieuwe testament leert de lezer na te denken over zichzelf. Moslims die moe zijn van conformisme en gebrek aan inhoud vinden daarin eindelijk het leesvoer dat zij nodig hebben om te groeien als mens.
Angst- en strafgericht godsbeeld
Het islamitische godsbeeld is sterk juridisch en strafgericht:
Hel en straf worden frequent beschreven
“God heeft de ongelovigen vervloekt en voor hen een laaiend vuur bereid, waarin zij eeuwig zullen verblijven.” [6]
Moreel gedrag is sterk gekoppeld aan beloning en straf
Dit bevordert angstmotivatie in plaats van innerlijke ethiek.
Op zich komt dit soort taal ook voor in het Oude Testament in de Bijbel. Het punt is dat de Bijbel ook een Nieuw Testament heeft en daarin staan niet hel en straf, dat in de Islam is getransformeerd in gehoorzaamheid en onderwerping, maar keuzevrijheid centraal.
Structurele ongelijkheid tussen gelovigen en ongelovigen
De klassieke leer maakt onderscheid tussen moslims, “mensen van het boek” (christenen: tweederangs-status) en ongelovigen.
“De ongelovigen worden in groepen naar de hel geleid” [7]
Dit legitimeert ongelijkheid en wij-zij-denken.
Structurele ondergeschiktheid van vrouwen
In kernteksten en traditionele jurisprudentie telt de getuigenis van een vrouw minder, erft een vrouw minder en is mannelijke autoriteit normatief. Dit is systemisch patriarchaal, niet cultureel toevallig.
Beperking van individuele autonomie
Het leven wordt tot in detail gereguleerd: kleding, seksualiteit, eten en sociale omgang. Dit onderdrukt persoonlijke ontwikkeling en individualiteit.
Moreel legalisme
Goed en kwaad worden primair bepaald door gehoorzaamheid aan regels, niet door empathie, context of innerlijk geweten. Dit belemmert volwassen morele ontwikkeling.
Agressieve afweer tegenover kritiek
Kritiek op islam wordt vaak gelijkgesteld aan haat, beantwoord met intimidatie en religieus of sociaal bestraft. Dit verhindert zelfreflectie en hervorming.
Verheerlijking van onderwerping
De kernbetekenis van “islam” is onderwerping: “Onderwerp je!” [8]
Ideaal mensbeeld = gehoorzame gelovige
“Gehoorzaam God en gehoorzaam de boodschapper, en degenen onder jullie die gezag hebben.” [9]
Autonomie en zelfbeschikking zijn verdacht
Dit staat haaks op moderne psychologische rijping.
Verbod op vrije interpretatie voor leken
Zelfstandig lezen en interpreteren van de Koran is in de praktijk gereserveerd voor geleerden. Dit ontmoedigt persoonlijke ontwikkeling en gewetensvorming.
Heiliging van een historisch geweldsverleden
Het leven van Mohammed (sira) bevat oorlog, executies en dwang-bekeringen. Als legerleider dwong hij Arabische stammen met geweld om zich te bekeren tot zijn nieuwe leer.
In de eerste eeuw na het ontstaan van de Islam werden alle christelijke gebieden in de Levant en Noord Afrika met geweld geïslamiseerd.
In de eeuwen daarna drongen moslimlegers Europa binnen (Moren en Ottomanen) en veroverden grote gebieden. Christenen werden vermoord of als slaven weggevoerd. De kruistochten waren een reactie op die islamitische agressie. In het moderne islamitische narratief zijn de kruistochten een daad van agressie richting moslims, maar het was precies andersom.
Deze historische feiten worden extern ontkend of gebagatelliseerd – “de Islam is een religie van vrede” – maar intern verheerlijkt.
Het intern verheerlijken van het gewelddadige verleden – en heden – verhindert ethische distantie tot dwang en geweld.
Seksualisering en controle van vrouwenlichamen
“Laat hen hun overkleden om zich heen slaan.” [10]
“Zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij hun blikken neerslaan.” [11]
De obsessie met kuisheid, bedekking en eer legt de verantwoordelijkheid voor mannelijke drift bij vrouwen. Dat is psychologisch destructief en moreel regressief.
Beperkte waarde van individuele intentie
In de islam telt correct handelen volgens regels zwaarder dan innerlijke intentie of morele reflectie. Dit bevordert conformisme boven integriteit.
Collectieve eer boven individueel welzijn
Familie- en groepsreputatie wegen vaak zwaarder dan persoonlijk geluk, waarheid en psychische gezondheid. Dit legitimeert dwang, eerwraak en zwijgcultuur.
Ontkenning of minimalisering van interne kritiek
Interne hervormers worden genegeerd, verdacht gemaakt en bedreigd
Het systeem van de Islam stoot zijn eigen vernieuwers af.
Het Christendom deed dit ook en het duurde ook na Maarten Luther (1517) nog eeuwen voordat sprake was van echte godsdienstvrijheid.
Rituele overbelasting
Dagelijkse rituelen structureren het leven tot in detail. Het gebod om vijf keer per dag te bidden is hiervan het beste voorbeeld. Vijf keer per dag bidden en de handelingen staan niet in de Koran zelf maar in de Hadith: dit zijn de overleveringen die aan Mohamed worden toegewezen.
Bidden is een vorm van meditatie die ontstaat vanuit persoonlijke innerlijke behoefte. Die behoefte kan niet van bovenaf worden opgelegd.
Behalve dat men vijf keer per dag moet bidden, gaat dit bovendien ook nog eens gepaard met de manier waarop dit moet gebeuren: staan, buigen, knielen en voorover buigen met het hoofd op de grond. Fanatieke moslims doen dat overal, tot en met parkeerplaatsen toe.
Psychologen zien zoiets als dwangmatig gedrag dat de “gelovigen” nodig hebben om hun innerlijke angsten te bezweren. Dwangmatig bidden is te vergelijken met mensen die de voordeur op slot doen en nog drie keer teruglopen om te controleren of de deur echt op slot zit.
Verplicht bidden is geen bidden, maar dwangmatige slavernij die niets oplevert, behalve het dempen van angst.
Dat dit in groepsverband gebeurt, maakt het niet tot iets gezonds, maar tot wat Freud noemt een collectieve neurose. Deze verplichte rituelen functioneren als dwangmatige controle, niet als vrije spiritualiteit.
Morele infantiliteit (Freud)
De nadruk ligt op gehoorzaamheid, beloning en straf.
Met geloof heeft dit niets te maken, laat staan met spiritualiteit. Je kunt als gezond denkend mens niet geloven in je eigen onderdrukking en onderwerping. Dit is niet uit te leggen als een gezonde situatie.
Vijandig godsbeeld tegenover ongelovigen
Ongelovigen worden structureel beschreven als dwalend, blind en vijanden van God. Dit bemoeilijkt oprechte gelijkwaardigheid en de integratie van moslims in het Westen.
Carl Jung zou deze vijandigheid uitleggen als een vorm van projectie: moslims ontkennen hun eigen schaduw en projecteren die op een ingebeelde externe vijand: de ongelovigen. Dit belemmert het proces van individuatie.
“Je probeert met de godsdienst je onbewuste te ontvluchten. Je gebruikt het als vervangingsmiddel voor een deel van je zielenleven.” [12]
Bevriezing van ethiek in de 7e eeuw
Morele normen worden niet historisch geëvolueerd, maar als tijdloos opgelegd. Dit leidt tot botsing met moderne ethiek.
Angst voor innerlijke vrijheid
Zelfreflectie zonder opgelegde religieuze kaders wordt gezien als gevaarlijk. Autonomie wordt gelabeld als moreel verval.
Taboe op psychologische verklaringen
Psychisch lijden, al dan niet als gevolg van de religie, wordt vaak normaal gevonden, gemoraliseerd, gereduceerd tot geloofstekort, verklaard via djinns of zonde, of verklaard vanuit het slachtoffer-narratief: de gezamenlijke vijand als het perfecte bindmiddel.
Dit blokkeert begrip en verhindert bewustwording, persoonlijke groei en genezing.
Collectieve slachtoffercultuur
Externe kritiek wordt structureel geïnterpreteerd als slachtoffer-denken, islamofobie of complot. Zelfreflectie wordt verhinderd en vervangen door collectieve religieuze afweermechanismen. Zonder zelfkennis geen groei, maar stagnatie.
Onverenigbaarheid met vrijheid van meningsuiting
Vrijheid van godsdienst wordt opgeëist als recht, maar vrije kritiek op de islam zelf blijft structureel onacceptabel.
Dit leidt in de Westerse samenleving tot selectief shoppen in democratische rechten. Men misbruikt westerse tolerantie om een intolerante religie te vestigen. Het uiteindelijke doel is islamitische dominantie en afschaffing van godsdienstvrijheid.
“Men moet, denk ik, rekening houden met het feit dat in alle mensen destructieve, ofwel antisociale en anti-culturele tendensen huizen en dat deze bij een groot aantal personen sterk genoeg zijn om hun gedrag in de menselijke samenleving te determineren.” [13]
Sacralisering van sociale controle
Sociale druk (familie, gemeenschap, eer) functioneert als religieus handhavingsmechanisme.
Vrijheid bestaat slechts op papier, vanwege ernstige sociale gevolgen als die vrijheid daadwerkelijk wordt gepakt.
Belangrijke nuancering
Veel moslims leven milder, menselijker en vrijer dan hun eigen leer voorschrijft. Dat is te danken aan persoonlijke ethiek, niet aan de het religieuze systeem. Hoe “liberaler” een moslim, hoe minder letterlijk islamitisch hij of zij leeft.
Tot slot
De islam vertoont een samenhangend cluster van structureel ongezonde kenmerken. De ongezondheid van de islam zit vooral in:
primitieve groepscultuur
dogmatische absolutie
dwangstructuren
angstmoraal
afwijzing van autonomie
blokkering van morele en culturele evolutie
