Kenmerken gezonde gelovige
“De mens moet ernaar streven de waarheid te leren kennen en hij kan slechts tot wezenlijk mens-zijn geraken, naarmate hij in deze taak slaagt.”
“Hij moet onafhankelijk en vrij zijn, zijn leven heeft een eigen zin een bestemming, en mag geen middel voor andermans doeleinden worden.”
“Hij moet zich liefdevol met zijn medemens verbonden weten. Als hij geen liefde heeft, is hij een leeg omhulsel, zelfs al had hij alle macht, rijkdom en kennis.”
“De mens moet het verschil tussen goed en kwaad kennen, hij moet leren luisteren naar de stem van zijn geweten en zich inzetten deze te volgen.” [1]
Hieronder volgen de kenmerken van een gezonde, weerbare gelovige. Ook hier is altijd sprake van gradaties. Veel van deze kenmerken zijn bij uitstek kwaliteiten die mensen ontwikkelen als zij op een persoonlijke manier actief zijn met het geloof, al dan niet in verbondenheid met gelijkgestemden of medegelovigen.
De rode draad is het individuele zoekproces van waarheidsvinding.
Innerlijke vrijheid
Een gezonde gelovige denkt zelf na en kan kiezen: geloven, twijfelen, herinterpreteren. Het geloof is geen rigide dogmatische dwangbuis, maar een rijke, onuitputtelijke, inspirerende bron van zingeving en betekenis.
Verdraagzaamheid voor twijfel
Twijfel wordt niet bestreden, maar gezien als onderdeel van volwassen geloof. Vragen verdiepen het geloof, in plaats van het te bedreigen.
Geloven is een vorm van waarheidsvinding die erin elke levensfase anders uitziet. Jongeren beleven geloof anders dan volwassenen en ouderen weer anders dan mensen van middelbare leeftijd.
In elke levensfase ligt de nadruk op andere waarheden; het geloof past zich aan en dient de mens, niet andersom.
Morele verantwoordelijkheid
Goed handelen komt voort uit een gezond en ontwikkeld persoonlijk geweten en is niet gebaseerd op angst voor, of gehoorzaamheid aan, straffende of belonende externe autoriteiten.
Bescheidenheid
Een gezonde gelovige weet:
“Mijn waarheid is niet dé waarheid.”
Er is ruimte voor andere overtuigingen, zonder superioriteitsgevoel.
Scheiding tussen God en macht
God wordt niet gebruikt om eigen gelijk, macht of controle te legitimeren. Het geloof dient de mens, niet andersom.
Integratie van geloof en psychologie
Emoties, verlangens en conflicten mogen bestaan. Ze worden niet weggedrukt met dogma’s, maar doorvoeld, begrepen en geïntegreerd.
Respect voor individuele autonomie
Geloof is persoonlijk. Een gezonde gelovige erkent dat ieder mens zijn eigen weg moet gaan – ook als die afwijkt van diens eigen overtuiging. Elk mens is anders, elk levenspad is anders en elke situatie vraagt om unieke antwoorden.
Liefde zonder voorwaarden
Compassie geldt ook voor wie anders denkt, leeft of gelooft. Liefde is niet instrumenteel en geen ruilmiddel, maar een ontwikkelde levenshouding.
Openheid voor kennis en wetenschap
Wetenschap wordt niet ervaren als bedreiging, maar als kans en verdieping van het begrip van de werkelijkheid.
Leven bevorderende werking
Het geloof:
vergroot levenslust
vermindert angst
bevordert menselijkheid
maakt iemand milder, niet harder
Mensen worden vrijer en sterker, niet afhankelijker en kleiner.
Tot slot
Deze kenmerken komen in hun essentie overeen met de criteria voor psychische gezondheid in het algemeen.
Psychische gezondheid in het algemeen staat niet los van de geestelijke gezondheid als gelovige.
Iemand die dat ontkent, zegt met andere woorden dat religie niet hoeft te leiden tot geestelijke gezondheid en dat voor religie andere regels gelden.
In een gezonde religie worden kwetsbare mensen niet uitgebuit of misbruikt, maar liefdevol en geduldig begeleid in hun groeiproces.
Dit leidt tot de vraag wat de kenmerken zijn van kwetsbare gelovigen.
