Een politiebureau is een voor het publiek toegankelijk fort (gezegde)
Veel slachtoffers van stalkers lijken niet één, maar twee vijanden te hebben: de stalker en de politie. De ene vijand is druk bezig hun leven te verwoesten, terwijl de andere passief toekijkt. Dit verdubbelt het gevoel van machteloosheid bij de slachtoffers. Evenals hun trauma.
“De impact van stalking op slachtoffers is enorm en leidt tot een voortdurend gevoel van onveiligheid dat alle dagelijkse activiteiten beïnvloedt. Deze mensen verdienen snelle en adequate actie van de betrokken instanties en moeten bescherming krijgen.” (F. Grappenhaus, minister van Justitie)
De reden dat ik een boek over dit onderwerp wilde schrijven, is dat ik als rechercheur jarenlang aan dit soort zaken heb gewerkt. Het waren mijn favoriete zaken omdat ik echt een verschil kon maken voor de slachtoffers. Voor hen maakte ik het verschil tussen hemel en hel.
Gedreven door mijn passie voor deze zaken ben ik uiteindelijk forensisch psycholoog geworden. Dit is een postdoctorale opleiding voor universitair opgeleide psychologen, aangeboden door de RINO GROUP in samenwerking met de politie. Onderwerpen die in deze opleiding aan bod komen zijn onder meer begeleiding bij verhoren, risicobeoordeling en het evalueren van zedendelicten. Daarover later meer.
Forensisch psychologen zijn de hoogst opgeleide en daarmee best gekwalificeerde specialisten binnen de politie om toezicht te houden op het onderzoeksproces bij stalking. Het probleem is dat er maar heel weinig van zijn – gemiddeld twee per politie-eenheid.
Daardoor worden ze alleen geraadpleegd in risicovolle zaken – en zelfs dan gebeurt dat vaker wel dan niet niet. Dit komt doordat het toezicht op stalkingzaken is toegewezen aan Huiselijk Geweld, een typisch “blauwe” (politie)kwestie.
Dit is een structureel manco, want stalking is een misdrijf met grote impact. Stalking is een complex en daardoor kennisintensief onderwerp dat thuishoort binnen het strafrechtelijk onderzoek.
De afdeling Huiselijk Geweld bestaat uit uitstekende mensen, maar het zijn leken als het gaat om stalking. Stalkers zijn personen met complexe psychologische en sociale problemen, en de beoordeling van dergelijke zaken mag daarom nooit aan leken worden overgelaten.
Dat zou hetzelfde zijn als huiselijk geweld-agenten in een psychiatrisch ziekenhuis laten beslissen welke patiënt wel en welke niet ontslagen mag worden. Toch is dat precies wat er elke dag op alle Nederlandse politiebureaus gebeurt.
Bij de politie mag je niet zeggen dat een collega een leek is, want dan ben je niet collegiaal. Dit raakt direct aan de politiecultuur, omdat kritisch zijn wordt gezien als een aanval op de solidariteit. In mijn boek over politiecultuur leg ik uit dat solidariteit een kernwaarde is van de politiecultuur, maar dat deze waarde ook valkuilen kent.
Als je geen kritiek mag uiten – zelfs niet op een slecht georganiseerd werkproces – dan kun je als organisatie niet goed functioneren, laat staan innoveren.
Het schrijven van dit boek was een complexe uitdaging van twee jaar. Het vinden van de juiste toon was erg moeilijk. Voor de zekerheid liet ik het manuscript proeflezen door politieagenten, partners in het rechtssysteem, slachtoffers en andere relevante partijen.
Ze vonden de inhoud goed, maar de toon niet. Daarom heb ik die aangepast. Ik moet toegeven dat dit me enorm veel moeite heeft gekost, want er is alle reden om boos te zijn. Het feit dat dit werkproces nog steeds niet op orde is, heeft niets te maken met machteloosheid, maar met de beleidskeuze om geen onderzoekspsychologen aan de wijkteams toe te wijzen.
“Vreselijk. Ik kan nauwelijks beschrijven hoe erg het was. Het werd alleen maar erger. De feiten werden zelfs verdraaid, alsof ik de dader was. En dat ging jarenlang zo door. Het was echt verschrikkelijk.” (Slachtoffer)
We bevinden ons niet in de luxe positie dat er niets meer over dit onderwerp gezegd kan worden. Die kritiek zal zeker komen, omdat het politiebestuur niet goed met kritiek om kan gaan. Ze leiden de aandacht altijd af door te zeggen dat de agenten in de frontlinie “hun uiterste best doen”.
Niemand twijfelt daar echt aan, maar waar iedereen vraagtekens bij zou moeten zetten, is de betrokkenheid van het politiebestuur bij deze kwestie, omdat zij verantwoordelijk zijn voor het feit dat slachtoffers nog steeds geen teken zien van “al die verbeteringen”.
Tegen politieagenten die in de verleiding komen om terug te vallen op de vertrouwde reflex om het probleem te ontkennen, zeg ik dit: de kern van het probleem is niet opgelost, omdat de sleutelfactoren die de effectiviteit van het onderzoeksproces naar intimidatie bepalen, onveranderd blijven: de politiebureaucratie verandert niet, de politiecultuur verandert niet, de actuele kwesties veranderen niet, het gebrek aan kennis op de werkvloer verandert niet en de negatieve houding ten opzichte van slachtoffers verandert niet. Kortom:
Na elke moord en na elke aangifte blijft er meer hetzelfde dan dat er verandert…
Wie zegt dat de politie haar onderzoeksprocedures tegenwoordig op orde heeft, moet zijn huiswerk nog eens overdoen. Laten we daarom eens kijken hoe de politie haar operaties heeft georganiseerd, want alles draait om goede coördinatie.