Criteria ongezonde religie

“Het genezende kan een vergif zijn dat niet iedereen verdraagt”.[1]
Religies kunnen gezond zijn of ongezond. Een gezonde religie kan ongezond worden uitgelegd en een ongezonde religie zorgt ervoor dat mensen selectief shoppen en alleen nemen wat hen uitkomt. Hoe ongezonder de overtuigingen, hoe concreter en zichtbaarder de effecten op het gedrag van gelovigen.
De kenmerken van een ongezonde religie zijn:
  1. Aantasting van autonomie en kritisch denken
Een centraal kenmerk van een ongezonde religie is dat zij zelfstandig denken ontmoedigt of verbiedt.
  • Twijfel wordt gezien als zonde, zwakte of rebellie
  • Kritische vragen worden afgekapt met dogma’s (“zo is het nu eenmaal”)
  • Interpretatie van teksten is uitsluitend toegestaan door leiders, priesters of “geleerden”
  • Wetenschap en filosofie worden gewantrouwd of selectief gebruikt
Psychologisch effect: infantilisering (Freud) en afhankelijkheid. De mens blijft ook in de volwassenheid functioneren op een kinderlijk niveau.
Niet alleen door zich afhankelijk op te stellen van een ingebeelde goddelijke vader, maar ook van de goedkeuring van de geloofs-gemeenschap.
  1. Angst als primaire motivator
Waar gezonde zingeving de mens uitnodigt en dient, dwingt ongezonde religie via angst.
  • Dreiging met hel, straf, uitsluiting of eeuwige verdoemenis
  • Moreel gedrag komt voort uit angst, niet uit innerlijke overtuiging
  • God of het heilige wordt vooral voorgesteld als autoritair en straffend
Angst vervangt een gezond functionerend geweten en remt morele rijping.
  1. Wij-zij-denken en morele superioriteit
Ongezonde religies creëren een scherpe scheiding tussen “wij” en “de wereld”, of “de anderen”.
  • Gelovigen zijn “uitverkoren”, anderen zijn verdwaald, slecht of minderwaardig
  • Buitenstaanders worden ontmenselijkt en gewantrouwd
  • Empathie stopt aan de grens van de groep
  • Liefde is selectief en instrumenteel
Dit bevordert haat, segregatie en soms geweld.
  1. Onderdrukking van individuele identiteit
De persoon wordt ondergeschikt gemaakt aan het systeem.
  • Strenge regels over kleding, seksualiteit, relaties en levenskeuzes
  • Schuld en schaamte als controlemiddel
  • Individualiteit wordt gezien als egoïsme of zonde
Persoonlijke groei wordt vervangen door kritiekloos conformisme.
Jung zou zeggen: Het individuatieproces (heel-wording) komt niet op gang.
Voor wie in reïncarnatie gelooft: De mens ontwikkelt niet en moet terugkomen om opnieuw te proberen de mens te worden die hij in potentie is.
  1. Autoritaire machtsstructuren
Waar macht niet bevraagd mag worden, ontstaat misbruik.
  • Leiders claimen goddelijke autoriteit
  • Kritiek op leiders wordt gezien als kritiek op God
  • Seksueel, financieel of psychologisch misbruik wordt ontkend of afgedekt
Dit is structureel verwant aan autoritaire persoonlijkheidsdynamieken.
Autoritaire persoonlijkheden heersen over anderen, maar stellen zich slaafs en onderdanig op naar dat wat zij zien als autoriteiten.
“God is niet het symbool van macht over de mens, maar van de eigen kracht van de mens.” [2]
  1. Beperking van morele ontwikkeling
Ongezonde religies blijven steken in een onvolwassen moraal.
  • Extern geweten > het geweten is uitbesteed
  • Goed en kwaad zijn zwart-wit en context-loos
  • Moreel handelen is gehoorzaamheid, geen verantwoordelijkheid
  • Mededogen wordt ondergeschikt aan regels
Volwassen ethiek (afwegen, empathie, verantwoordelijkheid) wordt verhinderd.
“Als iemand zijn morele en intellectuele integriteit schendt, verzwakt of verlamt hij zijn totale persoonlijkheid. Hij is ongelukkig en lijdt.”
“Als zijn levenswijze wordt goedgekeurd door zijn cultuur, is het lijden misschien niet bewust of het kan ervaren worden als verband houdend met dingen die geheel los staan van het werkelijke probleem.”
“Maar wat hij ook moge menen, het probleem der geestelijke gezondheid kan niet worden losgemaakt van het fundamentele menselijke probleem der verwerkelijking van het menselijk leven: onafhankelijkheid, integriteit en het vermogen tot liefhebben.” [3]
 
  1. Vijandigheid tegenover vrijheid en moderniteit
Vrijheid wordt ervaren als bedreiging.
  • De groep plaatst zichzelf buiten de maatschappelijke sociale werkelijkheid 
  • De groep claimt rechten die anderen ontzegt
  • Democratie, mensenrechten of gelijkwaardigheid worden afgewezen (behalve godsdienstvrijheid)
  • Vrijheid van meningsuiting geldt alleen voor de eigen groep
  • Emancipatie (vrouwen, LHBTQ+) wordt bestreden
Religie wordt een politiek controlemiddel. 
  1. Belemmering van psychische gezondheid
Veel ongezonde religies veroorzaken of versterken psychische klachten.
  • Spanningen (stress) door kloof onhaalbaar ideaal en werkelijkheid
  • Chronisch schuldgevoel en schaamte
  • Angststoornissen rond zonde, straf of “onreinheid”
  • Somberheid en depressie
  • Dissociatie tussen innerlijk leven en uiterlijk gedrag
  • Slachtoffer-narratief (afwijzen eigen verantwoordelijkheid
  • Agressie en vijandigheid 
De oorzaak van de klachten wordt niet begrepen en erkend, maar geprojecteerd op de buitenwereld.
“Wanneer personen op een belangrijk gebied in hun leven falen, zoeken zij daarvoor een verklaring, ze gaan op zoek naar de oorzaak van het falen. Dit toewijzen van oorzaken noemen we attributie.”
“Onderzoek leert dat het toeschrijven van de mislukking aan zichzelf bedreigender is voor het welzijn dan het toeschrijven aan het toeval of andere oorzaken.”
“In het eerste geval wordt men geconfronteerd met schuldgevoel en schaamte, met zelfverwijt en met een sterk afnemend zelfvertrouwen. In het tweede geval kan men zich beroepen op excuses: men kon er niets aan doen.” [4]
 
  1. Heilig verklaren van geweld of dwang
Het ultieme alarmsignaal.
  • Geweld wordt gelegitimeerd “in naam van God”
  • Dwang wordt moreel gerechtvaardigd
  • Het doel heiligt de middelen
Hier verlaat religie elk moreel fundament.
  1. Afwezigheid van zelfkritiek en evolutie
Ongezonde religies leren niet.
  • Eigen fouten worden ontkend of gebagatelliseerd
  • Hervorming wordt gezien als verraad
  • Traditie is belangrijker dan menselijk welzijn
Stilstand wordt heilig verklaard.
Samenvattend
Een religie wordt ongezond wanneer zij:
  • heilige boeken boven persoonlijke spiritualiteit stelt
  • de gemeenschap boven het individu
  • angst boven liefde
  • gehoorzaamheid boven verantwoordelijkheid
  • dogma boven menselijkheid
  • macht boven waarheid
Gezonde religie (of levensbeschouwing) daarentegen:
  • is persoonlijk 
  • benadrukt individuele verantwoordelijkheid
  • bevordert innerlijke vrijheid
  • stimuleert gewetensvorming
  • verdraagt twijfel
  • erkent de menselijke maat
  • vormt gemeenschappen waarin men liefdevol naar elkaar omziet
Bovenstaande kenmerken laten zien dat ongezonde religies precies datgene tegenwerken wat gezonde religies juist proberen te bevorderen: persoonlijk welbevinden en ontwikkeling.
Erich Fromm noemt in “Psychoanalyse en religie” het ongezonde type religie een “autoritaire religie”:
“Wat is het principe van een autoritaire religie: de erkenning door de mens van een hogere onzichtbare macht die zijn lot in handen heeft en die het recht heeft op gehoorzaamheid, eerbied en aanbidding.”
“Het essentiële element in de autoritaire religie en de autoritaire religieuze ervaring is de overgave aan een macht die de mens overstijgt. De voornaamste deugd in dit type religie is gehoorzaamheid, de voornaamste zonde ongehoorzaamheid.”
“De humanistische religie daarentegen stelt de mens en zijn kracht centraal. De mens moet de macht van zijn rede ontwikkelen om zichzelf, zijn verhouding tot zijn medemens en zijn positie in het heelal te begrijpen.”
“Hij moet de waarheid leren kennen, zowel aangaande zijn beperkingen als zijn mogelijkheden. Hij moet zijn liefde voor anderen zowel als voor zichzelf tot ontwikkeling brengen en de solidariteit van alle levende wezens ervaren.”
“Hij moet principes en normen hebben om hem te leiden in dit doel.” [5]
Mensen komen vaak in een ongezonde religie terecht omdat zij kwetsbaar zijn en steun nodig hebben: jongeren, vrouwen. ouderen, verstandelijk beperkten, mensen in de problemen (financieel, relaties, werk, wonen, etc.).
Financiële en praktische hulp door de geloofsgemeenschap leidt tot afhankelijkheid.
Angst voor verstoting en isolement is concreet, vrijheid is abstract.
“Massa’s kennen nooit de dorst naar waarheid. Zij eisen illusie, waarvan zij geen afstand kunnen doen. Het niet reële verkiezen zij steeds boven het reële” [6]
 
Tot slot
Dit verklaart waarom veel gelovigen liever kiezen voor onvrijheid: niet omdat zij niet vrijer willen zijn, maar omdat de sociale prijs te hoog is.
Als een kwetsbare gelovige wordt blootgesteld aan de kenmerken van een ongezonde (autoritaire) religieuze omgeving, dan is de uitkomst dat hij nog kwetsbaarder wordt dan hij al was.
Er ontstaat dan niet alleen stilstand, maar een spiraal naar beneden die leidt tot wat Freud regressie noemt: de persoon gaat functioneren op een primitiever niveau dan waartoe hij in staat is.
Waar kwetsbare mensen (prooien) zijn, bevinden zich mensen die kwetsbare mensen uitbuiten (roofdieren). Mensen kunnen ook kiezen voor een ongezonde religie omdat zij daarin macht kunnen uitoefenen over kwetsbare mensen.
Nu we het toch hebben over kwetsbare mensen, is het interessant om te kijken naar de kenmerken van een gezonde gelovige.
[1] Carl G. Jung. Herinneringen, Dromen, Gedachten (1963/1976). Psychiatrische activiteiten.
[2] Erich Fromm. Psychoanalyse en Religie. (1950/1976). Hoofdstuk 3.
[3] Erich Fromm. Psychoanalyse en religie. (1950/1976). Hoofdstuk 4.
[4] Winnubst et.al. Arbeid, Levensloop en Gezondheid. (1995). Hoofdstuk 13.
[5] Erich Fromm. Psychoanalyse en Religie. (1950/1976). Hoofdstuk 3.
[6] Sigmund Freud. Het ik en de psychologie der massa. (1921; Ned. vert. Jaartal niet vermeld). Inleiding.
Scroll naar boven