Psychopaten en islamisme

KS. Chat, geef de overeenkomsten weer tussen islamisten en psychopaten, aan de hand van de checklist PCL-R van professor Robert D. Hare.
ChatGPT:
Islamisme bekeken vanuit de kenmerken van psychopathie
Als we de kenmerken van psychopathie volgens de PCL-R van professor Robert D. Hare vergelijken met de harde, antidemocratische kern van het islamisme, ontstaat een interessant psychologisch patroon.
Daarbij is een belangrijke afbakening noodzakelijk. Islamisme is niet hetzelfde als de islam als religie en evenmin hetzelfde als moslims als personen. Islamisme is een religieus-politieke ideologie die de samenleving en politieke orde vanuit een bepaalde interpretatie van de islam wil inrichten. Ook binnen het islamisme bestaan grote verschillen: van bewegingen die langs politieke weg maatschappelijke verandering nastreven tot jihadistische bewegingen die geweld als legitiem middel beschouwen.
Evenmin kan een ideologie letterlijk als “psychopaat” worden gediagnosticeerd. De PCL-R is ontwikkeld voor het beoordelen van individuele personen. Wel kunnen we onderzoeken of bepaalde denk- en gedragspatronen binnen radicale of totalitaire ideologieën functionele overeenkomsten vertonen met kenmerken die Hare bij psychopathie beschrijft.

Grandiositeit: wij bezitten de waarheid
Een van de kenmerken op de PCL-R is een grandioos gevoel van eigenwaarde. Bij het individu gaat het om de overtuiging uitzonderlijk, superieur of belangrijker te zijn dan anderen.
Binnen een radicale ideologie kan daarvan een collectieve variant ontstaan:
Niet: “Ik ben superieur”, maar: “Ons systeem bezit de absolute waarheid.”
Binnen een totalitaire vorm van islamisme wordt de legitimiteit van de maatschappelijke orde uiteindelijk niet ontleend aan individuele burgers, maar aan een bepaalde interpretatie van goddelijke autoriteit.
Dat kan een belangrijk psychologisch gevolg hebben. Een politieke tegenstander heeft dan niet eenvoudigweg een andere mening. Hij kan worden beschouwd als iemand die zich verzet tegen een door God voorgeschreven orde.
Bij jihadistische bewegingen wordt dit tot het uiterste doorgevoerd. Democratische menselijke wetgeving kan vanuit zo’n wereldbeeld als illegitiem worden beschouwd omdat de uiteindelijke soevereiniteit uitsluitend aan God wordt toegeschreven.

Manipulatie
Een volgend PCL-R-kenmerk is manipulatief gedrag.
De manipulator ontdekt de psychologische behoeften en kwetsbaarheden van een ander en gebruikt deze om diens gedrag te beïnvloeden.
Binnen extremistische rekrutering kan bijvoorbeeld worden aangesloten bij identiteitsproblemen:
“Bij ons hoor je ergens bij.”
Bij ervaren discriminatie:
“Dat gebeurt omdat men jouw gemeenschap haat.”
Bij persoonlijke frustratie:
“Het probleem ligt niet bij jou, maar bij het systeem.”
Bij behoefte aan zingeving:
“Jouw leven heeft een hogere opdracht.”
Bij woede:
“Jouw woede is gerechtvaardigd.”
En bij behoefte aan status:
“Word verdediger van de gemeenschap.”
Identiteit, ervaren onrecht, behoefte aan erkenning, groepsverbondenheid en zingeving kunnen zo worden opgenomen in een steeds radicaler wereldbeeld.
Bij jihadistische organisaties kan propaganda bovendien zeer professioneel worden ingezet. Religieuze verhalen, politieke conflicten, beelden van werkelijk of vermeend onrecht en groepsidentiteit kunnen worden samengevoegd tot één overtuigend verhaal.

Instrumenteel omgaan met de waarheid
Bij psychopathie kan liegen een instrumentele functie hebben. Waarheid is dan ondergeschikt aan het gewenste resultaat.
Ook binnen radicale ideologische bewegingen kan informatie instrumenteel worden behandeld. Feiten die het wereldbeeld ondersteunen krijgen veel aandacht, terwijl feiten die ermee botsen worden genegeerd, gerelativeerd of als propaganda van de tegenstander worden afgedaan.
De centrale vraag dreigt dan niet langer te zijn:
“Is dit waar?”
maar:
“Draagt dit bij aan onze zaak?”
Dat verschijnsel is uiteraard niet uniek voor islamisme. Het is een breder kenmerk dat bij allerlei extremistische en totalitaire bewegingen kan optreden.

Selectieve empathie
Hier wordt de vergelijking met Hare bijzonder interessant.
Bij psychopathie spreekt Hare over callousness/lack of empathy: kilheid en gebrek aan empathie.
Bij een ideologische extremist hoeft echter helemaal geen algemeen gebrek aan empathie aanwezig te zijn.
Een islamist kan bijvoorbeeld buitengewoon sterk betrokken zijn bij het leed van andere moslims. Hij kan genereus zijn tegenover zijn familie, loyaal tegenover vrienden en sterk begaan zijn met leden van zijn eigen gemeenschap.
Het probleem ontstaat wanneer empathie selectief wordt.
Het leed van de eigen groep krijgt dan een enorm moreel gewicht, terwijl het leed van mensen die tot de vijandige groep worden gerekend nauwelijks gewicht krijgt.
In extreme vorm ontstaat een psychologische scheiding:
leed van de eigen groep → onrecht dat onmiddellijk morele verontwaardiging oproept
leed van de vijand → gerechtvaardigd, irrelevant of diens eigen schuld
Daarmee ontstaat een functionele overeenkomst met Hares begrip van gebrekkige empathie, zij het via een heel ander psychologisch mechanisme.

De ander wordt gedehumaniseerd (ontmenselijkt), de ander wordt een ‘categorie’
Een volgende stap is ontindividualisering.
De ander wordt niet langer primair als individueel mens beschouwd, maar als vertegenwoordiger van een categorie.
Niet langer:
“Dit is een mens met ouders, kinderen, angsten, verlangens en een eigen levensgeschiedenis.”
Maar:
“Dit is een vijand.”
In extremistische varianten kunnen begrippen als ongelovige, afvallige, verrader of vijand zo’n functie krijgen.
Dat is een mechanisme dat ook uit andere totalitaire ideologieën bekend is. Het nazisme reduceerde mensen tot raciale categorieën. Stalinistische systemen reduceerden mensen onder andere tot klassevijanden en contrarevolutionairen. Jihadistische ideologieën kunnen mensen reduceren tot religieus-politieke vijandcategorieën.
Het psychologische effect is hetzelfde: de concrete individuele mens verdwijnt achter het etiket.

Gebrek aan berouw
Hare noemt gebrek aan schuldgevoel en berouw als een centraal psychopathisch kenmerk.
Bij ideologisch extremisme kan iets anders gebeuren.
Het geweten hoeft niet afwezig te zijn. De ideologie kan bepalen tegenover wie het geweten nog van toepassing is.
Daarmee ontstaat een belangrijk verschil tussen de psychopaat en de fanatieke ideoloog.
De psychopaat kan tegenover zijn slachtoffer denken:
“Het kan mij niet schelen dat jij lijdt.”
De ideologische fanaticus kan denken:
“Jij verdient dit, en door jou dit aan te doen handel ik juist.”
Dat tweede mechanisme kan maatschappelijk buitengewoon gevaarlijk zijn.
De persoon kan namelijk verschrikkelijke dingen doen terwijl hij zichzelf niet als slecht mens beschouwt. Integendeel: hij kan zichzelf juist als bijzonder moreel beschouwen.

Het geweten wordt omgekeerd
Dit brengt ons bij een belangrijk psychologisch verschijnsel.
Een totalitaire ideologie hoeft het geweten niet uit te schakelen.
Zij kan het herprogrammeren.
Geweld, intimidatie of onderdrukking die onder normale omstandigheden als immoreel zouden worden beschouwd, kunnen vervolgens worden gelegitimeerd door een hoger doel.
De religie.
God.
De gemeenschap.
De revolutie.
De toekomstige ideale samenleving.
De verdediging tegen de vijand.
Daardoor kan gedrag dat voor buitenstaanders evident wreed lijkt, door de dader zelf als moreel noodzakelijk worden beleefd.
Dat onderscheidt ideologische gewetenloosheid van klassieke psychopathie.

Externalisering van verantwoordelijkheid
Een ander kenmerk op de PCL-R is het niet nemen van verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag.
Ook hiervoor bestaat een interessante ideologische parallel.
Een gesloten ideologisch systeem kan problemen structureel buiten zichzelf lokaliseren.
Als de beweging weinig steun krijgt, kan worden gedacht dat de bevolking is geïndoctrineerd.
Als maatschappelijke conflicten ontstaan, ligt de oorzaak volledig bij de vijandige samenleving.
Als radicalisering ontstaat, heeft de buitenwereld haar veroorzaakt.
Als de eigen beweging geweld gebruikt, heeft de tegenstander het geweld uitgelokt.
Als gematigde geloofsgenoten de beweging afwijzen, kunnen zij worden beschouwd als misleid, laf of verraderlijk.
Hiermee wordt de ideologie steeds moeilijker falsifieerbaar.
Dat betekent vanzelfsprekend niet dat discriminatie, oorlog, achterstelling of politieke onderdrukking niet werkelijk kunnen bestaan. De cruciale stap ontstaat wanneer alle verantwoordelijkheid systematisch buiten de eigen beweging wordt gelegd.

Zwart-witdenken
Hoewel zwart-witdenken geen afzonderlijk PCL-R-item is, is het psychologisch zeer relevant voor extremistische ideologieën.
Een ingewikkelde werkelijkheid wordt gereduceerd tot eenvoudige tegenstellingen:
goed tegenover kwaad
gelovige tegenover ongelovige
loyaal tegenover verrader
zuiver tegenover verdorven
wij tegenover zij
Complexiteit verdwijnt.
Dat kan psychologisch aantrekkelijk zijn. De werkelijkheid is immers chaotisch en ingewikkeld. Een gesloten ideologie maakt haar overzichtelijk.
Plotseling is duidelijk wie goed is.
Wie fout is.
Wie schuld heeft.
Wie de vijand is.
En wat iemand moet doen.
Juist voor mensen die zoeken naar identiteit, zekerheid, erkenning of zingeving kan zo’n gesloten wereldbeeld aantrekkelijk zijn.

De vijand wordt noodzakelijk
Daaruit volgt nog een belangrijk mechanisme.
Een totalitaire ideologie heeft vaak niet alleen een ideaal nodig, maar ook een vijand die verhindert dat dit ideaal werkelijkheid wordt.
Zonder vijand ontstaat namelijk een lastige vraag:
Als onze leer de oplossing voor maatschappelijke problemen bevat, waarom ontstaat die ideale samenleving dan niet?
De vijand biedt daarop een antwoord.
De leer is niet mislukt.
De vijand verhindert het succes ervan.
Daardoor kan een zichzelf versterkende redenering ontstaan:
Wij worden bedreigd.
Daarom moeten wij ons radicaler opstellen.
Die radicalisering veroorzaakt maatschappelijke weerstand.
Vervolgens wordt die weerstand geïnterpreteerd als bewijs:
Zie je wel, wij worden bedreigd.
Zo kan een gesloten psychologisch systeem ontstaan waarin tegengeluiden niet langer aanleiding vormen tot zelfonderzoek, maar juist als bevestiging van de ideologie worden geïnterpreteerd.

Agressie en geweld
Hare noemt onder andere gebrekkige gedragscontrole en antisociaal gedrag.
Hier moeten we binnen het islamisme zorgvuldig onderscheid maken.
Niet iedere islamistische beweging propageert geweld. Bij jihadistische organisaties ligt dat fundamenteel anders. Daar kunnen intimidatie, terrorisme en geweld expliciet worden gerechtvaardigd vanuit de ideologie.
In de meest extreme vorm wordt geweld zelfs voorzien van een morele betekenis.
Dat is psychologisch belangrijk.
Geweld is dan niet meer:
“Ik doe iets slechts omdat ik daar voordeel van heb.”
Het wordt:
“Ik doe iets gewelddadigs omdat het goede dat van mij verlangt.”
Daarmee verandert agressie van een overtreding van de moraal in een vermeende uitvoering van de moraal.

Waar de vergelijking met Hare ophoudt
De vergelijking kent duidelijke grenzen.
Verschillende PCL-R-kenmerken hebben helemaal geen logische tegenhanger in het islamisme.
Seksuele promiscuïteit bijvoorbeeld niet.
Veel kortdurende partnerrelaties evenmin.
Jeugdcriminaliteit evenmin.
Een parasitaire levensstijl evenmin.
Bovendien kan een fanatieke ideoloog eigenschappen bezitten die juist helemaal niet passen bij het klassieke beeld van psychopathie.
Hij kan buitengewoon gedisciplineerd zijn.
Hij kan sober leven.
Hij kan zeer loyaal zijn tegenover zijn eigen groep.
Hij kan zichzelf grote offers opleggen.
Hij kan intens van zijn kinderen houden.
Hij kan bereid zijn zijn eigen leven op te offeren voor hetgeen waarin hij gelooft.
Daarmee wordt duidelijk waarom het wetenschappelijk onjuist zou zijn om eenvoudig te zeggen:
“Islamisme is psychopathie.”
De interessantere vergelijking ligt elders.

De diepere psychologische overeenkomst
Binnen radicale en totalitaire vormen van islamisme kunnen tegenover de aangewezen buitengroep gedragspatronen worden gelegitimeerd die functionele overeenkomsten vertonen met enkele centrale PCL-R-kenmerken van Hare:
grandiositeit
manipulatie
instrumenteel gebruik van anderen
instrumenteel omgaan met waarheid
gebrekkige empathie tegenover slachtoffers
gebrek aan berouw tegenover slachtoffers
externalisering van verantwoordelijkheid
en, bij gewelddadige extremistische varianten:
agressie en antisociaal gedrag.

Maar er bestaat tegelijkertijd een fundamenteel verschil.
Bij psychopathie bevindt de problematiek zich primair in de persoonlijkheidsstructuur van het individu.
Bij ideologisch extremisme kan een sociaal systeem mensen zonder psychopathische persoonlijkheid ertoe brengen zich tegenover bepaalde groepen te gedragen op manieren die overeenkomsten vertonen met psychopathische kenmerken.
Dat is misschien wel het meest verontrustende aspect.
Een totalitaire ideologie heeft namelijk geen samenleving vol psychopaten nodig.
Zij heeft voldoende gewone mensen nodig die accepteren dat de normale morele regels niet langer gelden voor bepaalde andere mensen.
Daarmee kunnen we de vergelijking kernachtig samenvatten:
Psychopathie individualiseert gewetenloosheid. Een totalitaire ideologie kan gewetenloos gedrag collectiviseren, legitimeren en moraliseren.
Een ideologie hoeft haar aanhangers dus niet van hun geweten te beroven.
Zij hoeft uiteindelijk slechts te bepalen wie nog recht heeft op de bescherming van dat geweten.
Scroll naar boven