Basiskennis antisociale persoonlijkheidstoornis voor politiemensen
KS. Chat, politiemensen hebben geen kennis van de kenmerken van de antisociale persoonlijkheidsstoornis, terwijl zij dagelijks te maken hebben met criminelen die deze kenmerken hebben. Geef de kenmerken van deze stoornis volgens de DSM-5.
ChatGPT:
Ja. De antisociale-persoonlijkheidsstoornis (ASPS) wordt in de DSM-5(-TR) beschreven als een duurzaam patroon van gebrek aan respect voor en schending van de rechten van anderen, dat vanaf ongeveer het 15e levensjaar zichtbaar is.
Voor politiemensen zijn veel van de gedragskenmerken inderdaad herkenbaar uit contacten met bepaalde veelplegers en andere delinquenten. Een belangrijk onderscheid is wel: criminaliteit op zichzelf betekent niet dat iemand ASPS heeft, en niet iedereen met ASPS is crimineel.
DSM-5-kenmerken
Voor de diagnose moeten minstens drie van de volgende zeven kenmerken aanwezig zijn:
-
Niet conformeren aan sociale normen en wetten
De persoon houdt zich herhaaldelijk niet aan maatschappelijke normen met betrekking tot wettig gedrag. Dit kan blijken uit gedragingen die aanleiding geven tot arrestatie of vervolging.
-
Bedrieglijkheid
Herhaaldelijk liegen, gebruikmaken van aliassen of anderen oplichten voor persoonlijk voordeel of plezier. Manipulatie kan daarbij een belangrijke rol spelen.
-
Impulsiviteit of onvoldoende vooruit kunnen plannen
Handelen zonder voldoende na te denken over gevolgen. Beslissingen kunnen plotseling worden genomen, zonder rekening te houden met veiligheid, werk, relaties of financiële consequenties.
-
Prikkelbaarheid en agressiviteit
Herhaaldelijke vechtpartijen of lichamelijke agressie. Conflicten kunnen snel escaleren en frustratietolerantie kan gering zijn.
-
Roekeloze onverschilligheid voor de veiligheid van zichzelf of anderen
Bijvoorbeeld gevaarlijk rijgedrag, risicovol geweld of ander gedrag waarbij voorzienbare risico’s voor anderen weinig gewicht krijgen.
-
Consistente onverantwoordelijkheid
Herhaaldelijk niet in staat of niet bereid zijn om duurzaam werkgedrag te vertonen of financiële verplichtingen na te komen. Denk bijvoorbeeld aan structureel schulden niet betalen of afspraken en verantwoordelijkheden voortdurend naast zich neerleggen.
-
Ontbreken van berouw
Dit blijkt uit onverschilligheid tegenover, of rationalisering van, het feit dat men anderen heeft gekwetst, mishandeld of bestolen. De betrokkene kan het slachtoffer bijvoorbeeld de schuld geven, de schade bagatelliseren of het eigen gedrag volledig rechtvaardigen.
Aanvullende diagnostische voorwaarden
Die zeven gedragskenmerken zijn niet voldoende. De DSM-5 stelt daarnaast voorwaarden. De persoon moet minstens 18 jaar zijn. Er moeten aanwijzingen zijn voor een gedragsstoornis (conduct disorder) vóór het 15e levensjaar. Ook mag het antisociale gedrag niet uitsluitend optreden tijdens schizofrenie of een bipolaire stoornis.
Dat laatste punt over de jeugd is diagnostisch belangrijk. Bij conduct disorder gaat het bijvoorbeeld om een herhaald patroon van agressie tegen mensen of dieren, vernieling, bedrog of diefstal en ernstige overtreding van regels.
Wat een politieman hiervan in de praktijk kan herkennen
Vertaald naar de politiepraktijk kan men bij iemand met sterke antisociale kenmerken bijvoorbeeld een combinatie tegenkomen van chronisch liegen, manipuleren, agressie, impulsiviteit, recidive, het niet nakomen van verplichtingen, anderen gebruiken voor eigen voordeel en weinig of geen zichtbaar berouw.
Een interessant verschijnsel is externalisering van verantwoordelijkheid. Iemand kan na een geweldsincident niet denken: ik had hem niet moeten slaan, maar redeneren: hij had zijn mond maar moeten houden. Na diefstal: die winkel is toch verzekerd. Na oplichting: als mensen zo dom zijn om erin te trappen, is dat hun probleem. Dat soort rationalisaties kan aansluiten bij het DSM-criterium ontbreken van berouw, maar één dergelijke uitspraak is uiteraard geen diagnose.
KS. Chat, een deel van de criminelen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis is psychopaat. Geef de kenmerken van een psychopaat volgens de checklist PCL-R van professor R.D. Hare.
ChatGPT:
Klopt. Er is een aanzienlijke overlap tussen antisociale-persoonlijkheidsstoornis en psychopathie, maar het zijn geen synoniemen. De Psychopathy Checklist–Revised (PCL-R) van de Canadese psycholoog Robert D. Hare bevat 20 kenmerken, die elk professioneel worden gescoord op 0, 1 of 2. De PCL-R is bedoeld voor deskundige beoordeling op basis van dossierinformatie en een gestructureerd interview, niet als eenvoudige zelftest.
De twintig kenmerken zijn:
-
Oppervlakkige charme en welbespraaktheid
De persoon kan sociaal vaardig, charmant, zelfverzekerd en overtuigend overkomen. De charme heeft echter vaak een oppervlakkig of instrumenteel karakter en kan worden ingezet om anderen te beïnvloeden.
-
Grandioos gevoel van eigenwaarde
Een sterk overdreven beeld van de eigen capaciteiten en betekenis. De persoon kan zichzelf als superieur beschouwen en vinden dat normale regels eigenlijk niet voor hem gelden.
-
Behoefte aan stimulatie en neiging tot verveling
Routine wordt slecht verdragen. Er bestaat een sterke behoefte aan spanning, prikkels, risico’s of nieuwe ervaringen.
-
Pathologisch liegen
Liegen is niet beperkt tot situaties waarin het strikt noodzakelijk is. De persoon kan gemakkelijk, overtuigend en herhaaldelijk liegen, ook wanneer de leugen betrekkelijk weinig voordeel oplevert.
-
Bedrieglijk en manipulatief gedrag
Andere mensen worden doelbewust beïnvloed, misleid of uitgebuit om persoonlijke doelen te bereiken.
-
Gebrek aan berouw of schuldgevoel
Er is weinig werkelijke schuld over de schade die anderen is aangedaan. Ernstige gedragingen kunnen worden gebagatelliseerd of gerechtvaardigd.
-
Oppervlakkige emoties
Emoties kunnen worden getoond, maar missen diepgang. Affectieve reacties kunnen kortstondig of gespeeld overkomen.
-
Kilheid en gebrek aan empathie
De gevoelens, belangen en het lijden van anderen hebben weinig emotionele betekenis. Andere mensen kunnen vooral worden beschouwd vanuit hun bruikbaarheid voor de persoon zelf.
-
Parasitaire levensstijl
De persoon maakt langdurig en bewust gebruik van anderen voor financiële of materiële ondersteuning, terwijl hij zelf onvoldoende verantwoordelijkheid neemt.
-
Gebrekkige gedragsbeheersing
Frustratie kan gemakkelijk leiden tot woede, agressie, bedreigingen of ander ongecontroleerd gedrag.
-
Promiscue seksueel gedrag
Veel kortdurende of oppervlakkige seksuele relaties en een patroon van onpersoonlijke seksuele contacten kunnen aanwezig zijn.
-
Vroege gedragsproblemen
Al op jonge leeftijd bestaan ernstige gedragsproblemen, bijvoorbeeld agressie, diefstal, vandalisme, chronisch liegen of ernstige overtredingen van regels.
-
Ontbreken van realistische langetermijndoelen
Er kunnen grootse plannen worden uitgesproken zonder realistische stappen om ze te verwezenlijken. Het leven wordt relatief sterk door de korte termijn bepaald.
-
Impulsiviteit
Handelen zonder voldoende rekening te houden met de gevolgen. Beslissingen kunnen snel worden genomen op basis van onmiddellijke behoeften of kansen.
-
Onverantwoordelijkheid
Verplichtingen tegenover werk, gezin, schuldeisers of andere mensen worden herhaaldelijk niet nagekomen.
-
Geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor eigen gedrag
De schuld wordt bij anderen, omstandigheden of slachtoffers gelegd. Eigen gedrag wordt ontkend, gebagatelliseerd of gerechtvaardigd.
-
Veel kortdurende partnerrelaties
Een geschiedenis van meerdere relatief korte huwelijken of vergelijkbare samenlevingsrelaties.
-
Jeugdcriminaliteit
Een geschiedenis van ernstig antisociaal of delinquent gedrag tijdens de jeugd.
-
Schending van voorwaarden bij voorwaardelijke invrijheidstelling of vergelijkbare maatregelen
De persoon houdt zich bijvoorbeeld niet aan opgelegde voorwaarden, toezicht of afspraken en komt daardoor opnieuw met justitie in aanraking.
-
Criminele veelzijdigheid
Het criminele gedrag beperkt zich niet noodzakelijk tot één type delict. Er kan sprake zijn van verschillende soorten delicten.
Wat de PCL-R bijzonder maakt
Hare groepeerde deze kenmerken niet simpelweg als een lijst van criminaliteit. Een belangrijk deel gaat juist over de interpersoonlijke en emotionele persoonlijkheidskenmerken: oppervlakkige charme, grandiositeit, liegen, manipulatie, gebrek aan schuldgevoel, oppervlakkige emoties, gebrek aan empathie en het niet aanvaarden van verantwoordelijkheid.
Daarnaast zijn er kenmerken van een antisociale en instabiele levensstijl, zoals impulsiviteit, onverantwoordelijkheid, slechte gedragsbeheersing, vroege gedragsproblemen en criminele veelzijdigheid.
Dat verklaart ook waarom ASPS en psychopathie niet hetzelfde zijn. De DSM-diagnose antisociale-persoonlijkheidsstoornis legt relatief veel nadruk op observeerbaar antisociaal gedrag.
Bij Hares psychopathieconcept zijn juist de affectieve en interpersoonlijke eigenschappen essentieel. Een chronische crimineel kan daarom sterke antisociale kenmerken hebben zonder het volledige psychopathische profiel te vertonen.
Nog een belangrijk detail: de maximale PCL-R-score is 40 punten. In Noord-Amerika wordt in onderzoek en forensische context vaak 30 of hoger als grenswaarde voor psychopathie gebruikt, terwijl in Europese contexten geregeld een lagere grens, bijvoorbeeld rond 25, wordt gehanteerd.
Zo’n totaalscore moet echter worden gezien binnen de gebruikte normering en professionele beoordelingscontext; het is geen diagnose die betrouwbaar kan worden gesteld door simpelweg twintig kenmerken bij iemand af te vinken.
KS. Chat, leg uit wat politiemensen kunnen met deze kennis.
ChatGPT:
Zeker. Voor politiemensen kan kennis van antisociale persoonlijkheidskenmerken en psychopathie praktisch relevant zijn. Niet omdat zij daarmee zelf een diagnose moeten stellen — dat behoort bij daarvoor opgeleide professionals — maar omdat kennis van zulke gedragspatronen kan helpen bij observeren, communiceren, verhoren, risico-inschatting en professioneel afstand bewaren.
-
Gedrag beter begrijpen
Een politieman kan geneigd zijn gedrag vanuit normale sociale verwachtingen te interpreteren: als iemand iets ernstigs heeft gedaan, zal hij zich uiteindelijk schamen, schuld voelen of begrijpen wat hij het slachtoffer heeft aangedaan.
Bij iemand met sterke psychopathische kenmerken hoeft dat veel minder het geval te zijn. Berouw kan ontbreken, terwijl de persoon tegelijkertijd uitstekend begrijpt wat anderen van hem verwachten. Iemand kan dus de juiste woorden gebruiken zonder dat daar noodzakelijk dezelfde emotionele beleving achter zit.
Die kennis voorkomt dat een politieman automatisch oprechtheid afleidt uit charme, emotionele woorden of een overtuigende presentatie.
-
Manipulatie eerder herkennen
Vooral de combinatie van oppervlakkige charme, liegen, manipulatie, grandiositeit (opgeblazen ego) en gebrek aan verantwoordelijkheid is relevant.
Een verdachte kan bijvoorbeeld proberen de politieman voor zich te winnen, het slachtoffer als de werkelijke dader presenteren, verschillende politiemensen verschillende verhalen vertellen of precies die informatie geven waarvan hij verwacht dat de ander die graag hoort.
Het nuttige uitgangspunt is dan niet: deze man is een psychopaat, maar:
“Zijn verhaal is een hypothese die onafhankelijk geverifieerd moet worden.”
Dat is recherchematig veel sterker.
-
Minder gemakkelijk meegaan in externalisering
Bij antisociale en psychopathische kenmerken komt het afschuiven van verantwoordelijkheid voor. Bijvoorbeeld:
“Hij begon.”
“Zij lokte het zelf uit.”
“Iedereen doet dat.”
“De politie heeft het op mij gemunt.”
“Als hij gewoon had betaald, was er niets gebeurd.”
Voor een politieman is het belangrijk onderscheid te maken tussen de verklaring die iemand voor zijn gedrag geeft en de feitelijke verantwoordelijkheid voor zijn handelen.
Dat betekent doorvragen: Wat deed ú precies? Welke keuze maakte u? Wat gebeurde er vervolgens?
-
Bij verhoren niet uitsluitend op emotioneel appel vertrouwen
Bij de gemiddelde verdachte kan een beroep op geweten, empathie of schuld soms betekenis hebben. Bij iemand met sterke psychopathische kenmerken kan dat aanzienlijk minder effectief zijn.
Dat betekent niet dat er één speciaal “psychopatenverhoor” bestaat. Het betekent vooral dat de rechercheur zijn strategie moet baseren op bewijs, inconsistenties, concrete feiten en toetsbare verklaringen, en niet moet veronderstellen dat een emotioneel appel vanzelf tot openheid leidt.
Een verdachte kan bovendien zeer overtuigend liegen.
Zelfverzekerdheid is geen bewijs van waarheid en nervositeit is geen bewijs van schuld.
-
Charme niet verwarren met betrouwbaarheid
Dit is een van de interessantste lessen uit het werk van Hare. Een persoon met psychopathische trekken hoeft helemaal niet over te komen als de stereotiepe agressieve crimineel.
Hij kan juist vriendelijk, intelligent, grappig, ontspannen en bijzonder overtuigend zijn.
Een politieman kan daardoor denken: Met deze man valt eigenlijk prima te praten.
Dat kan ook werkelijk zo zijn. Maar aangenaam contact zegt weinig over betrouwbaarheid. Daarom moet de rechercheur voortdurend onderscheid blijven maken tussen persoonlijke indruk en verifieerbare informatie.
-
Slachtoffers beter begrijpen
De kennis is eveneens belangrijk bij stalking, huiselijk geweld, fraude en andere vormen van langdurige manipulatie.
Een buitenstaander kan zich afvragen:
“Waarom trapte zij daar steeds weer in?”
“Waarom geloofde hij hem opnieuw?”
“Waarom ging zij weer terug?”
Wanneer iemand zeer bedreven is in charme, liegen, manipulatie en het afwisselen van toenadering en dreiging, wordt begrijpelijker hoe een slachtoffer langdurig in zo’n interactie verstrikt kan raken.
Daarmee verschuift de aandacht van “waarom liet het slachtoffer dit gebeuren?” naar “welke gedragingen gebruikte de verdachte en wat kunnen we daarvan objectief vastleggen?”
-
Herhaling en patronen serieuzer nemen
Een afzonderlijk incident zegt vaak weinig. Een gedragspatroon kan veel informatiever zijn.
Denk bijvoorbeeld aan een combinatie van herhaald geweld, verschillende slachtoffers, fraude, overtreding van voorwaarden, impulsiviteit, dreigementen, eerdere veroordelingen en voortdurend afschuiven van verantwoordelijkheid.
Voor de politie betekent dit vooral dat goede informatiepositie en dossiervorming belangrijk zijn. Eerdere incidenten moeten binnen de wettelijke mogelijkheden in samenhang kunnen worden bekeken.
-
Grenzen duidelijk houden
Bij iemand die voortdurend probeert grenzen te verleggen, is voorspelbaarheid van de professional belangrijk.
Geen persoonlijke machtsstrijd, maar helder:
dit is de regel; dit is de afspraak; dit is wat er gebeurt wanneer u zich er niet aan houdt.
Daarmee voorkom je dat de interactie verandert in een discussie waarin de politieman persoonlijk moet winnen.
-
Ook binnen de politie voorzichtig zijn met etiketten
